Gaat ‘doelsturing’ ons van het stikstofslot afhelpen?

‘Meten van de stikstofuitstoot om binnen een jaarmaximum te blijven’, ook wel ‘doelsturing’, lijkt het nieuwe geloofsartikel te worden als alternatief voor de huidige modelmatige benadering in de stikstofaanpak. Ook milieuorganisaties staan daar in beginsel niet afwijzend tegenover.

Daarmee is niet gezegd dat invoering eenvoudig zal zijn. Voor doelsturing is het essentieel om goed controleerbare garanties in te bouwen en daar zit juist het probleem. Voordat de maximum uitstoot kan worden bepaald, zal er eerst een gedetailleerd stikstofreductieplan moeten liggen. Dat is er nog steeds niet. En het is afwachten of het nieuwe kabinet erin slaagt dat proces te versnellen.

In de Achterhoek zijn inmiddels de eerste twee vergunningen op basis van doelsturing verleend. Samen met de organisatie MOB hebben we deze geanalyseerd en forse tekortkomingen vastgesteld. In onze zienswijze wezen wij onder andere op overtredingen van bestaande wetgeving, technische gebreken en onvoldoende veiligheidswaarborgen.

Helaas werden onze opmerkingen volledig genegeerd. Daarom zagen we ons genoodzaakt om naar de bestuursrechter te stappen. Op 25 maart jl. kwam deze zaak voor bij de rechtbank in Arnhem. Opvallend genoeg speelden de gemeenten Oost Gelre en Berkelland nauwelijks een rol in de verdediging van hun besluiten. In plaats daarvan schakelde het ministerie de landsadvocaat Pels Rijcken in, wat duidt op het belang dat men daar hecht aan doelsturing.

Bij de inhoudelijke bespreking in de rechtbank hadden we vooral kritiek op de voorgestelde methode om ammoniakuitstoot te meten, die biedt onvoldoende garanties voor de bescherming van natuurgebieden. We hebben daarvoor aanvullende voorstellen gedaan, waar de rechtbank interesse in leek te tonen.

Een opvallend punt was dat Pels Rijcken de bestaande jurisprudentie van de Raad van State niet van toepassing vond. Dit betrof de wijze waarop men de herverdeling van stikstofruimte binnen bedrijven (interne saldering) wil toepassen.

De rechters toonden zich kritisch en stelden scherpe vragen. Het is nu aan hen om een oordeel te vellen, waarvoor al gauw enkele maanden nodig zijn. Over de uitkomst kunnen we slechts speculeren.

Niettemin ligt het in de lijn der verwachting dat de partij die in het ongelijk wordt gesteld in beroep zal gaan bij de Raad van State. Voor ons als natuurorganisatie geldt dat dit nieuwe type doelvoorschrift-vergunningen niet ten koste mag gaan van kwetsbare natuur. De lange termijn belangen van het milieu wegen zwaarder dan korte-termijn-oplossingen die mogelijk amper effectief blijken te zijn. En gaan de benodigde investeringen niet gepaard met uitbreiding van het aantal dieren en mestoverschot?

(cartoon vrij beschikbaar)
Scroll naar boven