De onthullingen uit Overijssel over slecht functionerende luchtwassers zijn meer dan een regionaal incident (Tubantia). Ze leggen een fundamenteel probleem bloot: stikstofreductie bestaat niet alleen uit regels en techniek, maar vooral uit controle en handhaving. Als meer dan de helft van de gecontroleerde installaties niet aan de normen voldoet, rijst de vraag hoeveel van de berekende emissiereductie daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
Voor de Achterhoek is dat een ongemakkelijke constatering. Deze regio kent, net als delen van Twente en Salland, een hoge concentratie intensieve veehouderij, met name varkensbedrijven. Ook hier zijn vergunningen vaak gebaseerd op technische emissiebeperkende maatregelen zoals luchtwassers. Toch ontbreekt voor buitenstaanders een helder beeld van de effectiviteit daarvan. Openbare rapportages over controles, overtredingen en handhaving zijn nauwelijks beschikbaar. Als er al informatie naar buiten komt, is dat bijna altijd negatief.
De situatie in Twente laat zien waar dat toe kan leiden. Als toezichthouders hun registraties niet op orde hebben, wordt het lastig om veelplegers op te sporen en effectief te sanctioneren. Daarmee ontstaat het risico dat papieren emissiereducties worden meegeteld in beleid en vergunningverlening, terwijl de feitelijke uitstoot aanzienlijk hoger ligt.
Dat raakt niet alleen natuurgebieden zoals het Korenburgerveen, het Wooldse Veen en andere kwetsbare Natura 2000-gebieden in Oost-Nederland. Het tast ook het vertrouwen van burgers aan. Van boeren wordt verwacht dat zij investeren in dure technieken. Dan mag de samenleving verwachten dat daadwerkelijk wordt gecontroleerd of die installaties functioneren zoals beloofd.
Omdat transparante controle en consequente handhaving in de Achterhoek ontbreekt, is de stikstofreductie met dit soort technieken vooral een papieren werkelijkheid.
