Vanaf 2026 verbiedt een Europese richtlijn onterechte milieuclaims, ook wel greenwashing. Ze kunnen zelfs bestraft worden door de Autoriteit Consument en Markt. Een goede kanshebber hiervoor is “Groene energie” uit mestvergisting. Je dient nl. naar de hele keten te kijken, in dit geval van sojaverbouw in Brazilië tot afvoer van beesten naar slachterijen, export van vlees en melk etc. etc. Een keten die gepaard gaat met gigantisch veel fossiel energieverbruik en CO2-uitstoot. En net zo min als Shell zich “groen” mag noemen omdat het ook een beetje biodiesel produceert, mag de agrarische sector het beetje – sterk gesubsidieerde – gas uit de mestvergister “groen gas” noemen. De getoonde groen-slogans in het volgende NOS-filmpje zijn dan ook verboden. Het filmpje is een aanrader (klik de afgebeelde koe en neem even een korte reclame van de NOS voor lief).

Een stroom van stront en stank
In plaatsen waar plannen waren voor een mestvergister (zoals in Groenlo waar de grootste van Europa moest komen), groeide het verzet. Inwoners vrezen dagelijks honderden tankwagens vol mest, stankoverlast en aantasting van hun leefomgeving. En terecht: mestvergisters zijn geen geurloze toverdozen.
Miljarden aan subsidie, minimale impact
De afgelopen jaren is er meer dan 2,5 miljard euro aan subsidies in mestvergisting gestoken. Maar volgens experts zoals biochemicus Lucas Reijnders (zie filmpje) is dat weggegooid geld. De energie die uit drijfmest komt is minimaal; er moet vaak extra biomassa worden toegevoegd om het proces nog rendabel te maken. En de stikstof en fosfaten? Die verdwijnen niet, die blijven gewoon achter in het rest product [= digestaat].
Een hardnekkige mythe is dat mestvergisting het mestoverschot oplost. In werkelijkheid wordt slechts 3 à 4% van de massa omgezet in biogas. De rest, inclusief de schadelijke stoffen, blijft achter. Met of zonder aanvullende verwerking, het digestaat blijft een milieuprobleem. En bij co-vergisting, waarbij ook andere organische stoffen worden toegevoegd, neemt de hoeveelheid digistaat zelfs toe. Op z’n best is mestvergisting een dure vorm van afvalscheiding, om niet te spreken van ‘subsidie-vergisting’.
Agrarische sector één groot industrieterrein?
Niettemin dit karakter van schijnoplossing is het ministerie een campagne begonnen om individuele veeboeren te verleiden om met forse subsidie een monomestvergister op het erf te zetten. Dat zijn dus de minst rendabele vergisters, omdat deze eenvoudiger hun werk doen. Terwijl de co-vergisters moeilijker zijn aan te sturen, wat niet iedere boer is gegeven.
Stelt u zich eens voor hoe het kwetsbare Achterhoekse coulisselandschap er uit komt te zien als we nog meer bouwwerken voor mestverwerking laten plaatsen in het buitengebied. Dan krijgt de politieke belangenclub van de boeren alsnog z’n zin met de eerdere suggestie de mest dan maar in grote zakken op te slaan……

