Laat het Korenburgerveen niet stikken!

Lovenswaardig is het zeker, dat de Provincie op 5 maart 2025 een aanzet voor nieuw beleid voor de stikstofproblemen naar buiten bracht: “Uitwerking zonering stikstof”. Maar opvallend is, dat het Korenburgerveen als grootste Natura-2000 gebied in de Achterhoek buiten de selectie valt van gebieden die extra aandacht krijgen.

De keuze is bewust gemaakt om in dit stadium geen zone voor Korenburgerveen aan te kondigen omdat daar de natuurkwaliteit zich positief ontwikkelt dankzij recente maatregelen.” aldus de Provinciale toelichting.

Dit staat echter in schril contrast met het advies van de Ecologische Autoriteit (27 februari) waarin alle seinen op rood gezet worden voor de stikstofbelasting. “De depositie is en blijft 2 tot 3 keer hoger dan de kritische waarde…. structurele stikstofreductie is noodzakelijk voor duurzaam herstel.

Wie beheert het Korenburgerveen (KBV)?

De oppervlakte van het Natura-2000 gebied KBV is 459 ha.( bron ) Daarvan wordt 110 hectare beheerd door de agrarische natuurbeschermingsorganisatie Stichting Marke Vragenderveen. Natuurmonumenten neemt het grootste deel voor zijn rekening. Hoewel de St. Marke goed werk verricht voor het onderhoud van het Natura-2000 gebied, lijkt het erop dat de betrokken boeren nog in een staat van ontkenning verkeren aangaande de stikstofoverlast. Getuige dit krantenartikel (De Gelderlander 2019 – betaalmuur) is dat al langer zo. Is dat soms ook de reden dat het KBV niet geselecteerd is voor het zonebeleid?

Analyse van de stikstofdepositie in het Korenburgerveen

We schetsen de stikstofbelasting rond het KBV bij wijze van toets op de voorgestelde zoneringsaanpak van de Provincie. De tien grootste stikstofbelasters van het KBV zijn bekend. We hebben van deze veehouderijen de ‘depositievracht’ berekend, d.w.z. de hoeveelheid uitgestoten stikstof die terecht komt op (delen van) het KBV. Dit koppelen we aan de afstand tot de dichtstbijzijnde grens van het KBV, de totale uitstoot van het bedrijf en of het om een piekbelaster gaat (rood) of megastal (IPPC). Ook geven we de maximale uitstoot per hectare natuurgebied aan.

Er valt slechts één bedrijf binnen de zone van 500 meter, nl. 190 meter, met een relatief bescheiden totale uitstoot, waarvan nagenoeg alles op het KBV terecht komt. Daarmee komt dit bedrijf op de 4e plaats met 2312 mol N/jr depositie op het KBV.

De eerste drie en 5e plaats worden ingenomen door formele ‘piekbelasters’ d.w.z. meer dan 2500 mol N/jr depositie op álle Natura-2000 gebieden (binnen 25 km). Dit zijn megastallen met een emissie van ruim 10.000 kg N/jr tot aan een kleine 40.000 kg N/jr. De afstand tot het KBV varieert van 583 meter tot 3,4 kilometer. De depositie op het KBV varieert van 7768 tot 2234 mol N/jr.

We kunnen hier de totale dispositie op het KBV naast zetten. Volgens het Beheerplan KBV (dec 2023) is de gemiddelde depositie 2150 mol N/jr per hectare. Met 459 ha. komen we op 986.850 mol N/jr.

Ook is de herkomst van deze depositie bij benadering bekend voor het KBV, zie grafiek.

HERKOMST STIKSTOFDEPOSITIE per Natura 2000 gebied (bron)

Dus 64% komt van Gelderse landbouw, zeg maar de ruim 3000 veehouderijen in de Achterhoek. Dat betreft dan een depositie op het KBV van 631.584 mol N/jr.

De som van de deposities van de tien grootste belasters is 25.597 mol N/jr. Dat is nog maar 4% van de totale depositie door de Achterhoekse veebedrijven. De vijf grootste alleen nemen 2,5% voor hun rekening.

Met andere woorden het zijn vooral de piekbelasters c.q. megastallen die het verschil maken in de depositievracht van de landbouw, ten opzichte van de stikstofdeken die een veelheid van bronnen heeft (3000 veehouderijen).

Onze conclusies hieruit

  1. Richt het stikstofbeleid vooral op megastallen c.q. piekbelasters i.p.v. op (veel te nauwe) zones. (Een 500 meter zone gaat geen 60-70% reductie opleveren.)
  2. Biologisch boeren of grondgebonden/circulaire extensieve veehouderij (natuurinclusieve landbouw) belast de natuurgebieden niet. Natuurmonumenten verpacht zelfs grond van Natura-2000 gebied aan deze boeren, ook in het KBV. Dit dient dus buiten een zonegericht beleid te vallen.
  3. Deels erkent de Provincie al dat de zone-aanpak genuanceerd moet worden, vooral voor de kleinere Natura-2000 gebieden rond Winterswijk. (Het WCL bepleit dit ook.)
  4. Deze zone-aanpak moet volgens de Provincie met name gelden voor de Veluwe. Daar doet zich dan ook de situatie voor dat er vele grote pluimveebedrijven (megastallen) zijn rondom het Natura-2000 gebied.
  5. Dus beter is het om het beleid voor stikstofreductie vooral uit te bouwen als ‘megastallen-beleid’.
  6. Verlaat je niet op ‘stikstof-emissie-reducerende’ innovatie. Deze vergen grote investeringen, die alleen worden terugverdiend met schaalvergroting: uitbreiding van de veestapel dus, met voortgaande intensivering. Dit geldt ook voor de experimentele ‘doelgestuurde’ eigen stikstofmetingen.
  7. Het zijn met name de megastallen die dergelijke innovatie (kunnen) oppakken. En veelal produceren zij voor de export, zonder ‘beter leven’ keurmerk en aan landschapsonderhoud doen ze amper. In dergelijke situaties is er ook weinig reden om innovaties gericht op emissiereductie te subsidiëren.
  8. Natuurherstel kan niet meer louter het sluitstuk zijn van de vergunningverlening. Om te beginnen moet hergebruik van latente stikstofruimte worden ontzegd. En er dient een gericht beleid te komen op vermindering van stikstofuitstoot, niet louter op vrijwillige basis. Ook met bestuurlijke dwang ‘achter de hand’ kan naar extensivering, verplaatsing of uitkoop worden toegewerkt.
  9. Flankerende maatregelen, zoals de Winterswijkse stichting WCL onlangs een boerenvergoeding voor landschapsonderhoud op de agenda zette, zijn wenselijk.
  10. Het Korenburgerveen heeft zo’n gezamenlijke aanpak door betrokken partijen onder regie van de Provincie hard nodig.

Laat het Korenburgerveen niet stikken!

Download hier een PDF-versie

Scroll naar boven