De brandbrief van LTO Oost Achterhoek en het recent artikel in de Gelderlander over bermbeheer in Oost Gelre klinkt alarmerend. Maar wie de feiten naast elkaar legt, ziet vooral een eenzijdige probleemdefinitie, selectieve verontwaardiging en een opmerkelijke blinde vlek voor de eigen rol van de agrarische sector in het buitengebied.
Verkeersveiligheid: LTO kijkt bewust naar één kant
Volgens LTO is achterstallig onderhoud van bomen en struiken dé oorzaak van verkeersonveilige situaties. Dat is een simplificatie die de werkelijkheid geweld aandoet. In deze periode van het jaar wordt het zicht op kruispunten vooral belemmerd door hoge maïsgewassen die tot vlak langs de weg worden geteeld. Dat is een jaarlijks terugkerend probleem, volledig veroorzaakt door de agrarische sector zelf. Toch wordt dit in de brandbrief geen enkele keer genoemd. Wie verkeersveiligheid werkelijk serieus neemt, benoemt álle factoren, ook die uit de eigen achterban.
De olifant op de weg: steeds grotere landbouwvoertuigen
Daarnaast is het onmogelijk om over verkeersveiligheid te spreken zonder het te hebben over de explosief gegroeide omvang van landbouwvoertuigen. Fietsers en wandelaars ervaren regelmatig dat zij nauwelijks uitwijkruimte hebben wanneer dergelijke voertuigen passeren. Dat is geen mening, dat is dagelijkse realiteit. Maar ook dit blijft in de LTO‑brief volledig buiten beeld. Het is een selectieve analyse die vooral dient om één schuldige aan te wijzen: de gemeente.
Opmerkelijk: LTO ziet dit probleem alleen in Oost Gelre
Wat werkelijk de wenkbrauwen doet fronsen: LTO presenteert dit als een uniek probleem van Oost Gelre. Over de rest van de Achterhoek, waar in grote lijn exact dezelfde ecologische beheerprincipes worden toegepast, horen we LTO niet. Geen brandbrieven, geen artikel in de krant en ook geen oproepen om nieuwe beplanting stop te zetten. Kennelijk is bermgroei alleen een acuut veiligheidsrisico binnen de gemeentegrenzen van Oost Gelre. Dat is niet geloofwaardig. En het roept de vraag op of hier werkelijk sprake is van een veiligheidsprobleem, of van een selectieve actie/lobby richting één specifieke gemeente.
Bermen hebben publieke functies, zeker niet alleen agrarische
De suggestie dat nieuwe bermbeplanting het landschap “afsluit” voor toeristen is ronduit merkwaardig. Juist in een gebied waar maïs gedurende maanden het uitzicht volledig blokkeert, is het vreemd om gemeentelijke bermbeplanting als grootste bedreiging voor het landschap te presenteren.
Bermen zijn geen agrarische uitwijkstroken. Ze zijn onderdeel van het publieke domein en vervullen functies voor biodiversiteit, landschappelijke kwaliteit, ecologische verbindingen en waterbeheer. Dat zijn belangen die de gemeente terecht meeweegt.
Onderhoud kan beter, maar dat vraagt eerlijkheid, geen framing
Niemand ontkent dat onderhoud van bermbeplanting beter kan. De gemeente heeft al maatregelen genomen, zoals het snoeien op kruispunten. Maar een evenwichtig bermbeheer begint niet bij een brandbrief die bewust cruciale oorzaken weglaat en de verantwoordelijkheid eenzijdig bij de gemeente legt.
De zorgen over Jakobskruiskruid, doornappel en Japanse duizendknoop zijn terecht. Maar ook hier geldt: verspreiding vindt óók plaats via agrarische percelen, machines en grondverzet. Een effectieve aanpak vraagt samenwerking tussen alle betrokkenen, zonder ontzien van de eigen achterban.
