Misplaatste ‘kalverliefde’

Er is inmiddels zoveel ophef ontstaan over de ‘dieronterende’ import van kalveren vanuit Ierland, dat de NVWA eindelijk in actie komt. Dat lijkt ons een goed moment om de vraag op te werpen of we überhaupt door moeten gaan met het vetmesten van geïmporteerde kalveren, die vervolgens weer voor 90% – 95% geëxporteerd worden en waarvan alleen de mest hier achterblijft. Oh ja, naast natuurlijk de verdiensten voor ca. 480 investeerders. (Zie ons eerdere bericht over deze sector!)

De totale sector verwerkt ca. 1,45 miljoen vleeskalveren per jaar. Daarvan komt 48% (696.000) van import en van die import 104.400 uit Ierland. De onmogelijkheid om het transport op die afstand volgens de regels én betaalbaar te organiseren, is een goede reden om er maar helemaal van af te zien. Als we de gemiddelde ammoniak uitstoot per kalf op 3kg NH3/jr. ramen, bespaart dat 285 ton NH3/jr. Dit is nog exclusief alle transportbewegingen en de afvoer van mest. Naar verwachting ruim voldoende stikstofruimte om alle 2000 PAS-melders te legaliseren (voor zover dat gewenst is).

De kalver-import is het grootst vanuit Duitsland, deze bedraagt ca. 495.000 stuks. Als we het waanidee loslaten dat we als klein dichtbevolkt land ‘de wereld zouden moeten voeden’, ligt het voor de hand om deze hele sector maar fors in te krimpen, bijvoorbeeld met alle import. We beperken de sector dan tot de 750.000 hier geboren kalveren. Dat worden dan na verloop van tijd nog wat minder als gevolg van extensivering, natuurinclusieve en biologische landbouw en reductie van de melkveestapel.

Wegvallen van alle import geeft een reductie van ammoniakuitstoot met 1.374 ton NH3/jr.

Het aantal kalverplaatsen in de Achterhoek bedraagt ca 65.000 voornamelijk verspreid over Berkelland, Bronckhorst, Aalten en Oost Gelre. Vermindering met import betekent 30.000 kalverplaatsen minder, dat levert per jaar een reductie op van 90 ton ammoniakuitstoot.

Maar de winst zit hem naast de verkregen stikstofruimte ook in minder:

  • import van grondstoffen voor kalverbrokken
  • mestproductie en afvoer/verwerking
  • fijnstofuitstoot en geuroverlast
  • grote aanslag op dierenwelzijn

Kalverhouderijen hebben weinig van doen met traditionele boerenbedrijven met de romantiek van generatielange familiebedrijven, zoals protesterende boeren ons graag willen voorhouden. Zeker de ‘integraties’ die de hele keten beheren van inkoop, transport, vetmesten, slacht en export, waarvan de ‘boer’ belast met vetmesten alleen zetbaas is, zijn grote concerns met een miljoenenwinst.

En mocht je je zorgen maken over de “voedselzekerheid” als gevolg van inkrimpen van de veestapel, KIJK DAN EVEN NAAR DEZE UITLEG van ARJEN LUBACH.

Scroll naar boven